Op 30 maart 2001 maakte Sega een einde aan een tijdperk: de productie van de Dreamcast werd definitief gestaakt. Wat begon als Segas comeback na de Saturn-debacle, eindigde als het zwanenzang van het Japanse bedrijf in de console-markt.
De laatste kans van Sega
De Dreamcast werd in 1998 gelanceerd in Japan en een jaar later wereldwijd. Voor velen was het een technologisch wondertje: online gaming via ingebouwde modem, VGA-ondersteuning voor scherpe beelden, en arcade-perfecte ports van Segas eigen games zoals Crazy Taxi en Virtua Fighter.
Maar de timing was fataal. Sonys PlayStation 2 stond op het punt te lanceren, met DVD-ondersteuning en backwards compatibility met de originele PlayStation. Ontwikkelaars hielden hun games vast voor het nieuwe Sony-systeem, en consumenten wachtten af.
Een console die zijn tijd vooruit was
Met slechts 9,13 miljoen verkochte exemplaren was de Dreamcast commercieel geen succes. Maar de invloed ervan is nog steeds voelbaar: online gaming, downloadbare content, en de focus op arcade-kwaliteit games werden later de standaard.
Na 30 maart 2001 zou Sega zich volledig richten op software, en klassiekers maken voor andere consoles. De Dreamcast blijft een cult-favoriet onder retro-gamers, met een actieve community die zelfs nu nog homebrew-games ontwikkelt.



