Hideki Sato, beter bekend als de 'vader van Sega-hardware', is op 13 februari overleden. Hij werd 75 jaar. Het nieuws werd afgelopen weekend bekendgemaakt door het Japanse gameblad Beep21.
Een icoon van de game-industrie
Sato begon in 1971 bij Sega en werkte mee aan de eerste videogame-arcadekast van het bedrijf, de Pong Tron uit 1973. In de jaren tachtig nam hij de leiding over de R&D-afdeling, waar hij en zijn team alle Sega-consoles ontwierpen: van de SG-1000 in 1983 tot de Dreamcast in 1998.
Die Dreamcast was misschien wel het beste voorbeeld van Sato's visie. De console was zijn tijd technisch vooruit, maar kon de concurrentie met de PlayStation 2 uiteindelijk niet winnen. Sato werd in 2001 president van Sega en leidde het bedrijf door de moeilijke overgang van consolefabrikant naar puur softwarebedrijf, vlak voor de fusie met Sammy in 2004.
Reacties uit de industrie
Sega bracht op X een eerbetoon uit: "Zijn leiderschap heeft de basis gelegd voor Sega, en zijn bijdragen hadden een grote en blijvende impact op de gehele game-industrie." Japanse gamejournalist Ittousai deelde een persoonlijke herinnering aan een interview, waarin Sato lachend toegaf dat Sega de consoloorlog niet had gewonnen, maar dat met zoveel warmte deed dat het een onvergetelijk moment werd.
Van de SG-1000 tot de Dreamcast bracht Sato arcadekwaliteit naar de huiskamer. Zijn nalatenschap leeft voort in elke Sonic-, Virtua Fighter- en Phantasy Star-fan die opgroeide met Sega-hardware.



